Trainingskamp in de Eifel luidt het nieuwe seizoen in!

04-01-2018

Het feit dat ik kies voor bovenstaande inleiding, geeft aan dat de blik vooruit gericht is. Het jaar 2017 is uit het lichaam, de herstelperiode gebruikt om uit te rusten, zowel fysiek als mentaal. Fysiek moest ik de achillespeesblessure afsluiten en de algehele vermoeidheid die in mijn lijf zat. Gekenmerkt door bijvoorbeeld met stramme benen opstaan in de ochtend. Dit duurde ongeveer zes weken, toen liep ik weer soepel en pijnvrij.

Het mentale gedeelte is wat moeilijker meetbaar. Natuurlijk wil je als loopliefhebber trainen. Je wilt dat je lichaam weer fit is en dat je alles kunt doen wat je wilt. Qua intensiteit en duur. Dat geeft dus een gevoel van onrust als dat nog even niet lukt. Als je lichaam weer in orde is en je gaat je gewoonlijke schema weer oppakken, doe je dat dan omdat je dat gewend bent? Of heb je er echt ook gewoon weer zin in? Dat is lastiger meetbaar.

Mocht er bij mij twijfel geweest zijn hoe het zit met m’n passie voor hardlopen, dan is die hier in de Eifel weggenomen. Het is heerlijk om hier de kilometers te maken. En dat op mijn nieuwe 2018 benen, zonder pijn of oververmoeidheid. Dat moet, denk ik, net zo voelen als Max Verstappen met een nieuwe motor in zijn F1 wagen kan rijden. Een nieuwe krachtbron geeft een goed gevoel. Hoever gaat deze krachtbron me brengen komend jaar?

Ik heb twee hoogtepunten op de agenda: kwalificatie voor het WK 24 uur van 2019 en de UTMB onder de 30 uur lopen. Voor dat 2e doel heb ik dan op 11 januari nog wel een gunstige lotinguitslag voor nodig. Het eerste doel wil ik bereiken op 10-11 mei in het Franse Brive-la-Gaillarde, waar ik 220 km wil lopen. Op het WK in 2019 wil ik over de 240 km heen. Dat doel is nog (heel?) ver weg, maar de ambitie kan maar vast uitgesproken zijn!

Er zijn in 2018 ook een paar mooie subdoelen. Wedstrijden die ik in de aanloop naar mijn twee “A” races gebruik om extra hardheid op te doen. Allereerst de Trans Gran Canaria in februari.
Voor het 3e jaar achtereen sta ik daar aan de start. Ik heb getwijfeld of ik die week niet beter kon gebruiken om op Gran Canaria te trainen en dan een andere wedstrijd (korter) dicht bij huis te kiezen. Maar het nieuwe parcours gaf de doorslag. Toch een beetje een nieuwe uitdaging en een race van 125 km geeft ook gewoon weer een extra hardheid in de benen.

In juli staat ook een oude bekende op de lijst: De Motagn’hard . In 2015 een 7e plaats in Saint-Nicolas de Veroce en een dot aan ervaring in de Alpen, iets wat ik toen nog niet veel had. Deze wedstrijd, met z’n 105 km en 8.000M+ zit mooi op 7 weken voor de UTMB. Of, beter gezegd, zat mooi, want het parcours is verlengd naar 125 km met 11.000 M+. Dat is misschien net iets teveel om in 7 weken van te herstellen. Ik heb nu besloten om, indien ik ingeloot wordt voor de UTMB, te kiezen voor de 65 km in Saint-Nicolas. Is het UTMB-lot me niet gunstig gezind, dan loop ik de 125 km.

Tot slot van het jaar wil ik nog één lange race lopen. Welke? Goede vraag! Ik heb in 2015 en 2016 gekozen voor de Endurance trail in Millau , een prachtig parcours door de Midi-Pyrenées. Of is nu het moment al aangebroken om mijn teleurstellende Diagonale des Fous weg te spoelen? Ik denk dat ik daar mee wacht tot na het WK 24 uur. Misschien las ik wel een korte seizoenspauze in om in december deel te nemen aan het NK 24 uur. Als dat tenminste weer georganiseerd wordt. Ik hoop het wel. Het is goed dat we een NK 24 uur hebben binnen de ultra sport. Een bijzonder evenement! Genoeg om nog eens rustig over na te denken tijdens de vele kilometers die me wachten in het nieuwe jaar. Het seizoen 2017 is een mooie herinnering met de U.T.M.B. als hoogtepunt. Hoe kijk ik over 12 maanden terug op 2018? Daar kom je maar op één manier achter: schoenen aan en gaan!



Monschau Ultrarun als een nieuwe start

18-08-2018

Het was vijf weken en twee dagen geleden dat ik in Saint Nicolas de Véroce naar de wedstrijdorganisatie van de Montagn’hard ging om te zeggen dat ik niet meedeed. Nota bene 8 uur voor de start! De in eerste instantie zo onschuldig lijkende blessure aan de Piriformis stond deelname in de weg. Piriformis. Eerst kon ik het woord niet onthouden toen mijn fysiotherapeute het noemde, daarna leek het me een grappig scrabble woord en na drie weken kon ik het niet meer aanhoren. De bilspier dus.

Nou, die bilspier was dus niet genezen op 7 juli in de Alpen, maar bleef terug in Nederland ook nog een tijdje roet in het eten gooien. Het zou nog twee weken duren voor ik weer vrijuit kon lopen, nog drie weken te gaan tot de start van de 2e seizoenshelft, de Monschau Ultrarun. Samen met mijn begeleidster maakte ik een plan om weerbaarder te worden tegen blessures. Kracht en souplesse oefeningen in een juiste verhouding. Dat werkte prima. Met de dag werden mijn benen beter! Maar dat nam niet de trainingsachterstand in kilometers weg. Acht dagen voor “Monschau” werden mijn beenspieren goedgekeurd voor duurloop belasting.

Deze duurloop werd een ramp. Geen moment in de cadans kunnen komen en na 24 km geradbraakt weer thuis. Monschau leek heel dicht bij en een goede race heel ver weg. In de dagen daarna ging het steeds een beetje beter. De cadans kwam weer terug en de hartslag bleef lager. Op naar de Eifel!

Vorig jaar liep ik een mooie 4 uur 36 minuten, toen als toetje op een zwaar trainingsblok voorafgaand aan de UTMB. En wat nu? Lekker pijnvrij lopen, met een goed ritme en binnen de 5 uur was misschien wel de meest vage doelstelling ooit waar ik mee gestart was. De vroege zondagochtend was lekker koel. Een graad of 8, weinig wind en de brekende dageraad aan de horizon. Ideaal loopweer!

Na de start zit het tempo er prima in. De souplesse is er en na enkele kilometers een goede cadans. Via een lus van 14km over de Hoge Venen terug naar Konzen voor de 2e ronde van deze race, 42km door de Eifel. Het stadje Monschau door, langs het water en dan omhoog naar Widdau. Op 24,5km reikt m’n vader een bidon aan met sportdrank. “Het gaat goed” zeg ik tegen hem, maar realiseer me ook dat ik half juni voor het laatst langer dan 25km achter elkaar liep. Hoe zou dat nu gaan?

De klim naar Hofen is slechts heel even steil, maar voor de rest gewoon lang. Op dat steile stuk wandel ik even om mijn benen hier niet op te blazen. “Vorig jaar rende ik hier nog” schiet er door m’n hoofd. Na 200 meter wandelen pak ik de looppas weer op. Na de top volgt het glooiende deel richting Gut Heistert. Ik zit weer in het ritme. 30 kilometer, 35, het blijft goed gaan. Op 40 kilometer weer een bidon. Nu het laatste deel.

Vorig jaar werden mijn benen hier zwaar en zakte het tempo. In mijn geheugen zit de lange weg langs Kalterherberg en het slingerpad naar de voet van de laatste klim. Maar nu loopt het nog steeds lekker. De weg lijkt dit jaar veel minder lang! Ik hou ritme en snelheid vast. Lopen is zo genieten en ik kan met niet meer herinneren hoe je Piriformis spelt! De laatste klim haal ik nog 2 lopers in en dan door naar de finish. Na 56 kilometer en 1000 hoogtemeters kom ik in 4 uur en 23 minuten op de 11e plaats over de streep. Wat een verschil met….. Een aantal dieptepunten uit de afgelopen weken schieten door m’n hoofd!

Nu op naar de toekomst! Op 19 oktober start ik in Millau voor de Endurance Trail. Ik wil daar mijn PR uit 2015 verbeteren: 13 uur 35 minuten. En in december wil ik me nog verder voorbereiden op het WK 24 uur in 2019. Dat ga ik doen in het Franse Ploeren. Voor nu, stappen blijven maken, verstandig trainen en uit de handen van het blessurespook blijven!



De 24 uur van Ploeren, de laatse race van mijn hardloopjaar 2018

10-12-2018

Na 8,5 uur was de race klaar voor mij! Blessure? Toch niet in vorm? Nee, de meest simpele verklaring......de alom heersende griep! Vanaf afgelopen dinsdag al verkouden, de rustpols veel te hoog en met wat paracetamol proberen het tij te keren.

Maar waar een dag op kantoor wel is door te komen, is het lopen van een ultra teveel van het goede. De eerste 5 uur in de stromende regen, hielpen ook zeker niet mee. Die gingen overigens best goed, duidelijk profiterend van de goede loopvorm. Ook getuige de 2e plaats in de race.

Daarna ging het mis. Geen eten meer binnen kunnen houden, te hoge hartslag voor het tempo, en zoals mijn vader zei:-je bent zo wit als een lijk-. Dat trok me niet over de streep hoor, ik had de doorkomst daarvoor al besloten dat die ronde mijn toegift aan 2018 zou worden.

Het was een mooi jaar, waarin ik goede resultaten liep en via een aangepaste manier van trainen, het blessure spook de baas was. Daarom was de teleurstelling niet zo heel groot. Ik had niets stoms gedaan. Niet te hard getraind, of pijntjes te lang genegeerd. Ik had gewoon botte pech!

Met deze wetenschap op naar 2019. Na een rustpauze ga ik op 26 December naar de Eifel, om het nieuwe loopjaar op te starten.